We waren bij Karin al verkouden, alledrie een dag goed ziek geweest. Nu nog steeds hoesten en verkouden maar dat mag de pret niet drukken.We zitten nu in hotel Guancascos, wat in Gracias staat. Het wordt gerund door een Nederlandse dame, die ondanks de "tropenmentaliteit" een goed hotel runt. Het eten is hier aan de zoute kant maar voor de rest ongelooflijk goed van smaak, met verse sla en in goede proporties.
Drijfnat  en berekoud kwamen we hier vanmiddag aandruipen. We waren vanmorgen om 6 uur opgestaan om vroeg bij de liftplaats in La Esperanza te staan. Om kwart over acht stonden we er. Wachtend op een truck of pick-up die ons naar San Juan zou brengen. Van daar af zouden we per bus verder gaan naar Santa Rosa de Copan, alwaar we de laatste bus hoopten te halen naar Nuevo Ocultepeque. Natuurlijk liep dat NET even anders.
Om half tien hadden we nog steeds geen collectivo naar San Juan en een medelifter raadde ons aan om de bus van 10 uur te nemen. Wij naar het busstation, in de bus gekropen, en wachten tot 'ie ging. Er kwamen kooplui hun waar verkopen in de bus. We kregen van alles aangeboden, van tandpasta met tandenborstel, gekookte maïskolven, serviesgoed, tot ijsjes van onbestemde kwaliteit en herkomst aan toe.Tijdens het wachten zijn we een paar keer uitgestapt om ons nicotinetekort aan te vullen.... U begrijpt het al..... de bus vertrok IETS later als gepland...... half twaalf dus. Tijdens een van onze rooksessies zagen wij hoe de grill van de bus nog even werd vastgezet met ijzerdraad en een paar schroeven. 
Dit beloofd een gave rit te worden.
Er is geen airco in de bus maar gelukkig staan alle raampjes open en als we gaan rijden is het aangenaam qua temperatuur. De binnenkant van de bus zag er uit alsof er een groep supporters van een voetbalelftal een herinrichting had proberen uit te voeren. 
Na een half uurtje rijden begint de dagelijkse hoosbui. De raampjes worden dichtgeschoven, en vergrendeld met houtjes omdat de sloten niet werken. Er verhuizen enkele mensen in de bus.... het dak lekt. Het hulpje van de buschauffeur staat de voorruit continue te boenen omdat deze eigenlijk altijd beslagen is. De weg die we volgen is de zelfde als op de heenreis. Niet meer als zodanig herkenbaar, het lijkt meer op wildwatervaren. We hebben altijd al eens willen raften.
Onderweg drijven we langs een takelwagen, die bezig is een pas gecrashte auto uit een ravijn te trekken. We zien geen gewonden maar krijgen toch een beetje wee gevoel in de maag.......
Uiteindelijk verzeilen we in San Juan alwaar er geen bus is maar wel een collectivo pick-up. Annemarie wordt in de cabine gepropt en Wouz gaat in de bak, die blank staat. Twee Amerikaanse dames voegen zich toe aan het gezelschap in de laadbak en we vertrekken. Na 1 of 2 minuten worden we verzocht over te stappen in een ander "bakkie" dat iets "comfortabeler" zou zijn. Regen snoeit ons om de oren ondanks het plastic wat over de laadbak was getrokken. De waterdichtheid bepaalden we zelf.... we moesten het vasthouden. Annemarie kreeg nog meer gezelschap voor in de cabine, achter in de laadbak zat Wouter met twaalf man, vijf rugtassen en een man met gebroken arm opgepropt.
Halverwege stopt de truck om water in de radiateur te gooien. Weer even later werd er opnieuw gestopt, dit keer voor een spoedreparatie aan een andere auto die met pech langs de kant van de weg stond.