Op dit moment (half acht in de avond) regent en onweert het hier zo hard dat het mooi weer vakantie gevoel er even niet is. We zijn nu bij een vriendin van Wouter die hier woont en werkt. Ze is er nu nog niet weer. Om 5 uur wilden we haar gaan ophalen en uit eten gaan maar halverwege begon het slechte weer en zijn we door de stromende regen over kolkende straten terug gelopen naar haar huis. Dat  was wel een tegenvaller. De omgeving is hier heel bijzonder. Bergen met naaldbomen en dalen met dorpjes. De Hondurezen zijn bescheiden en vriendelijke mensen. Agaven groeien langs de kant van de weg. Er wordt Tequila van gemaakt (erg lekker spul). Er heerst hier grote werkeloosheid en veel mannen proberen om de Amerikaanse grens over te steken en hun geluk daar te beproeven. De meeste worden gedeporteerd. Op de heenreis hiernaartoe zaten er een heel aantal bij ons in de bus. Triest.

Vanuit San Cristobal de las Casas zijn we met een bus naar de grens van Guatemala gereden. Dat was niet zo ver maar duurde erg lang omdat we dwars door de bergen over slingerweggetjes moesten rijden. Onderweg was er een verkeersbord ( zo’n grote die over de hele breedte van de weg hangt) afgebroken. De hele weg was geblokkeerd. Er moest een takelwagen aan te pas komen. Na een half uur konden we weer verder rijden. Tja dat heb je hier in deze contreien. Metaalmoeheid slaat eerder toe door de wisselingen in koud en warm weer. Ondertussen zat ik ook nog vast op een gore plee in de bus. Kreeg de deur eerst niet open om erin te komen en daarna niet om er weer uit te komen. Ha ha dat had ik weer. Na wat gebeuk op de deur had Wout in de gaten dat er iets niet goed ging en kwam hij me bevrijden.

Vlak voor de Mexicaans/Guatemalaanse grens stopte de bus. Daar zaten 2 Amerikaanse jongens die in het grenshotel bleven overnachten. Wij werden gelijk aangeklampt door een vent van het hotel die wilde dat we een kamer boekten. Hij vertelde ons dat er die nacht geen bus meer zou gaan. Gelukkig wisten we dat er wel een ging. De jongens durfden niet ’s nachts te reizen. Ze keken met grote ogen toe hoe wij een taxi regelden. We moesten met een taxi door een stuk niemandsland naar de Guatemalaanse kant van de grens. Zonder problemen kwamen we over de grens.  Ik heb nog nooit zo’n rotzooi gezien als daar. Stank en dronken mannen overal. Geen baños (w.c) dus maar ergens achter een schuur geplast. Om 23.00 zou de bus naar Guatemala city vertrekken. Toen we in de bus zaten bleek na een tijd (ongeveer half 12) dat er een uur tijdverschil was met Mexico. Ha dat was een tegenvaller. Maar weer uit de bus om een peukje te roken en een praatje te maken zo ver als ons Spaans dat toeliet. Toen hoorden we het verhaal van de gedeporteerde mannen. Onze bus bleek er mee vol te zitten.  Uiteindelijk vertrokken we dan. Een hele nacht zitten op kloterige kleine stoeltjes met een stuitje wat erg pijnlijk was. (nog door de valpartij van een paar dagen daarvoor). Proberen wat te slapen wat niet meevalt in zo’n volgepakte bus. Onderweg een paar stops gemaakt voor koffie of plassen. Gore bende overal. Wel een grappige buschauffeur. Een lange stoere Guatemalteek.

De volgende ochtend waren we om 7 uur in Guatemala City. Drukke stinkende stad waar we zo snel mogelijk de bus naar de Hondurese grens hebben genomen. Met hulp van een van de gedeporteerde mannen waar we onderweg mee hadden gesproken. Van uit daar hoorden we dat we naar Esquipulas moesten om de grens met Honduras over te kunnen steken. Na veel vijven en zessen en een paar keer op het verkeerde been gezet te zijn door vriendelijke doch vasthoudende mensen vertrokken we dan in de goede bus. Bij Esquipulas zijn we weer in een taxi gestapt. Nog steeds was de Hondurese man erbij om ons te helpen. Hij droeg zelfs mijn rugzak voor me. Geweldig. Hij hielp ons met het wisselen van geld, Guatemala heeft Quetzals en Honduras Lempira’s. Dat was prettig want anders word je belazerd waar je bij staat. Wisselkoersen zijn nergens aangegeven. Op de grens namen we afscheid en zochten we een bus naar Nuevo Ocultepec. Vlak over de grens. Daar hadden we besloten 2 dagen uit te rusten. Het hotel was prettig en de douche fantastisch. We waren moe en kribbig natuurlijk. Slaapgebrek en honger. We hebben geslapen als ossen en gegeten als gekken.

De tocht door Guatemala was prachtig. Bananenbomen en hutjes langs de kant van de weg. Overal verkopers die stukjes meereden met de bus om hun waar te verkopen. Bananenchips, frisdrank en stukken watermeloen. Kronkelende wegen en stralende zon.

In Nuevo Ocultepec was geen bal te beleven maar we hebben ons prima vermaakt. Een slaperig dorpje waar je niet veel anders kunt doen dan wandelen en spelletjes op de pc. Filmpjes gekeken op de Spaanse TV. Lezen en slapen. Heerlijk.

Het lijkt of je terug gaat in de tijd. Mensen vervoeren hun spullen op ezels en paarden. Winkels zijn gewoon hokjes die volgepropt staan met meug. Gieren die boven je cirkelen in grote groepen. Heel apart. 

We besloten weer verder te gaan richting Esperanza. Een prachtige rit wederom naar Gracias. Echt een knus freubeldorpje met aardige mensen. We waren er om 16.00 uur en er bleek geen bus meer naar La Esperanza te gaan die dag. We hebben dus een hotel gezocht en met onze laatste centen betaald. Probleem was wel dat we nog moesten eten. Daarvoor heb ik mijn zonnebril (die ik had aangeschaft in San Cristobal omdat mijn ouwe kapot was) verkocht. Het bleek een erg gewild merk te zijn en de zoon van de hotelbaas was er gek op. Zo kwamen we toch nog bij een restaurant terecht. Bleek er een Nederlandse eigenaresse op te zitten. Raar mens erg stug en lomp. We hebben heerlijk gegeten en zijn daarna gaan slapen. We hadden geïnformeerd of er een bus zou gaan de volgende dag en konden niet echt wijs uit het antwoord. We bleken naar El Punto te moeten, waar dat ook was. De volgende ochtend na een bezoek aan de bank waar ik een traveler cheque wilde inwisselen (wat nog een probleem opleverde omdat mijn handtekening niet goed genoeg leek) zijn we naar El Punto gegaan. Het bleek een opstapplaats te zijn voor mensen die naar verschillende dorpen in de omgeving willen. Geen bussen maar pick-up trucks vertrokken verschillende kanten op. In verband met mijn pijnlijke kont mocht ik voorin. Wouter stond achterop tussen de locals.  Waanzinnige rit met mega uitzichten over wegen met aan weerszijden hoge rotsen en dan weer vergezichten. Ossenkarren en paarden langs de weg. De regentijd gaat beginnen dus zijn alle boeren aan het ploegen en zaaien. We gingen maar tot aan San Rosa de Copan. Daar moesten we zien dat we een andere pick-up te pakken kregen naar La Esperanza. Na een tijd gewacht te hebben begon het te regenen en nog wat later kwam er een barstensvol geladen pick-up aan rijden. Het bleek de auto naar Esperanza te zijn. Onze spullen werden erbij gepropt en we konden nog net op de rand zitten. Daar gingen we midden tussen de Hondurezen in de regen, over hobbels en bobbels en slingerwegen steeds verder omhoog. Twee mannen hielden onze rugzakken vast omdat ze er anders af zouden vallen. Toen het weer begon te regenen werd er een stuk plastic over ons heen getrokken om een beetje droog te blijven. Halverwege moesten de mannen uit de wagen omdat ie het niet trok. Na een stukkie duwen konden we weer verder. Een hijgende Wout klom even later weer in de truck. Verder ging het weer. Een rit van ruim 3 uur. Pijn aan mijn kont en totaal stijf al na 1 uur. Maar de rit was nog mooier dan de vorige. Over smalle houten bruggetjes en langs afgronden waar je geen last moet hebben van hoogtevrees. Elke bocht in de weg gaf zicht op weer een ander mooi landschap. We genoten met volle teugen van dit alles. Werden aangestaard toen we een shaggie draaiden. Ze roken hier allemaal sigaretten. De vrouwen zaten in het midden van de truck op de grond en op lading, fruit te schillen waarbij het schudden van de auto zorgde voor uitschietende messen. Een van de dames legde haar hand op mijn knie ter bescherming. Erg lief.

Onderweg zagen we wegwerkers die regelmatig de wegen weer afvlakken met een soort tractor met een schaaf voorop. Daarna gaan ze er met een wals overheen. Wel wat anders dan bij ons met al dat asfalt.

Aangekomen in La Esperanza begon de zoektocht naar het huis van Karin (zo heet de vriendin van Wout). Hij besloot te gaan bellen een eind verderop. Ik bleef achter met de spullen en veel om te bekijken. De locals waar we mee in de truck zaten bleken een winkel te hebben en begonnen uit te laden. Ongelofelijk wat er allemaal uit de laadbak kwam. Stapels plastic emmers en teilen. Koopwaar voor op de plaatselijke markt.

Het huis van Karin bleek nog een heel eind weg te zijn dus besloten we een taxi op te snorren. We kwamen om 18.00 uur aan en waren compleet gaar en vies. Na gegeten, gedoucht en bijgepraat te hebben was het heerlijk slapen.

De volgende ochtend (zondag) heeft Karin ons rondgeleid in het dorp. Er was een grote markt gaande en veel volk op straat. Gezellige toestand. Als Karin gasten heeft vindt ze het leuk om ze mee te nemen naar een hooggelegen kapel die  uitgehouwen is in een rots, om met hen daar een biertje te drinken. Van daaraf heb je een mooi zicht over het hele dorp. Na een tijdje daar gezeten te hebben krijgen we zin om te lunchen en dat doen we bij een Mexicaans restaurantje. Luxe met Margarita’s erbij. Op de terugweg een fles Flor de Caña (hondurese rum) gekocht en die ’s avonds soldaat gemaakt. Nadeel is dat je er niks van merkt totdat je opstaat. Benen van rubber…

Maandagochtend na het ontbijt hebben we een heerlijke wandeling gemaakt met haar 2 honden door een gebied tegenover haar huis. Alsof je een sprookje van Tolkien binnenwandelt. Een gebied waar je Hobbits en elfen verwacht. Enorm veel verschillende planten en boomsoorten afgewisseld met stukken grasland en op de achtergrond een berg met naaldbos. Op boomtakken groeiende Bromelia’s en de meest mooie bloemen. Hibiscus, rozen en Bougainville.

Maandagavond begon het te onweren en een stortbui zorgde voor de nodige hectiek. Karin's huis bleek her en der lek te zijn. Snel alle ramen en deuren dichtgedaan en wat emmers en dweilen klaargezet. Een blank staande keuken en  een slaapkamer vol plassen waren het gevolg.

Vandaag door het slechte weer niet veel kunnen doen. Wel even naar het dorp gelopen om wat inkopen te doen en op Karin's werk rond te kijken. Leuk om te zien waar ze werkt en wie haar collega’s zijn.

We hebben het plan opgevat om donderdag weer verder te trekken. Het wordt een keus tussen Belize (aparte staat boven Guatemala) of Antigua in Guatemala. Morgen bekijken we wat de meest praktische route is. Tenslotte moeten we weer op tijd in Mexico city zijn.